Indianen op de Foppenplas!

Deze zomer konden we helaas niet met ons eigen schip de Boekanier op kamp. Daarom zijn we maar gaan kamperen. Ook leuk, en zeker weten anders! Net als wij, slapen indianen ook in tenten. En ook zij kanoën.

Deze vlinder vond Ezra wel erg lief

Aan het begin van het kamp hebben we echte indianennamen bedacht voor onszelf. Zo hadden we een Sluwe Valk, een Snelle Luiaard en een Dolle Dingo. We hebben jacht gemaakt op de stropers, en gejaagd op het monster van het Pepecacameer. We hebben een verkenningstocht gemaakt met de kano’s, waarbij we zo veel mogelijk dingen moesten onthouden: Hoeveel bruggen we tegen kwamen, welke boten er alleen in de zomer in een kanaal mochten varen, en welke voorwerpen er allemaal in de halfgezonken woonboot lagen.

Een dag hebben we een uitstapje gemaakt naar het klauterwoud. Daar konden we spelen met een kabelbaan, een veerpont, en kruipen door tunnelbuizen. Dat was het vaartochtje wel waard.

Een paar dagen was het zo heet, dat we in de middag zijn gaan zwemmen. En, iets wat erg belangrijk is, oefenen omslaan met de kano’s. Het is namelijk belangrijk dat iedereen weet wat je dan moet doen: Koppen tellen, peddels tellen, kano weer recht keren en terug naar de kant. En, minstens even belangrijk: Merken dat een kano niet zomaar omslaat. Hij wiebelt dan wel, maar je moet echt wel je best doen om een kano om te laten slaan. Sommige kinderen vonden dit zo leuk, zij zijn dit kamp wel tien keer omgeslagen.

Al met al kunnen we terugkijken op een geslaagd dolfijnenkamp!