Er was eens in Best…

Er was eens een scoutinggroep. Die ging naar Best op kamp. In Best gebeurden er sprookjes.

Er waren eens drie biggetjes. Die gingen huisjes bouwen. Maar niet eentje van stro, eentje van hout en eentje van steen. Want in Best zijn stro en steen niet zo makkelijk te vinden. Daarom bouwden ze de huisjes van hout. Takken, stammen, afvalhout dat ze konden vinden. Een van de huisjes had zelfs twee “kamers” erin. En tegels op de vloer.

Daarna legden de biggetjes hun voedselvoorraad aan, van heel veel appels. Maar heel veel was nog niet genoeg, daarom gingen ze zelfs appels stelen bij de andere huisjes. En toen ze daar zo druk mee bezig waren, kwam ook nog de boze wolf langs. En daar moet je voor uitkijken, want die is gevaarlijk. En snel.

Er was eens een meisje, ze heette Sneeuwwitje. Haar boze stiefmoeder was jaloers op haar, omdat Sneeuwwitje de mooiste van het land was. Daarom stuurde ze een jager met sneeuwwitje het bos in, om haar daar te laten doden. Maar Sneeuwwitje stierf niet in het bos, maar maakte kennis met 10 grote dwergen. Zij hielden van Sneeuwwitje, en zouden haar beschermen tegen de boze plannen van de boze stiefmoeder.

De boze stiefmoeder bedacht een gemeen plan: ze zou appels vergiftigen, en die bij Sneeuwwitje laten bezorgen. En als Sneeuwwitje die appels zou eten, zou ze sterven. Maar de 10 dwergen zouden dit natuurlijk nooit laten gebeuren: ze deden hun uiterste best om alle appel-bezorgers tegen te houden, zodat er geen appels bij Sneeuwwitje terecht zouden komen. Maar helaas, dat is ze niet gelukt. Dat was dan het einde van Sneeuwwitje…

En wat moesten ze dan doen met alle appels die nog over waren? Die namen ze mee om ze in de stad te gaan ruilen natuurlijk. Kijken of je er nog wat leuks voor kan krijgen: een kam, een mok, wat ander fruit, of wat anders leuks.

Door het sterven van Sneeuwwitje waren de vier toverspiegels gebroken. En de scherven waren door de 10 dwergen meegenomen, het bos in. Om de spiegels te kunnen repareren moesten de kinderen ’s avonds, in het bos, in het donker, zonder zaklamp, op zoek naar de dwergen, om de stukken spiegel terug te halen. Je kan net genoeg zien om nergens tegenop te lopen, maar niet genoeg om de dwergen te vinden. Dus moet je luisteren. En stil zijn. En sluipen. Lastig. En als je alle stukken verzameld hebt, moeten ze ook nog in elkaar gepuzzeld worden, om er weer een hele spiegel van te maken. Maar toen dat gelukt was, kwam Sneeuwwitje weer terug! Eind goed, al goed!

Er waren eens twee kinderen. Ze heetten Hans en Grietje. Die zouden namelijk diep het bos in gaan, om hout te gaan sprokkelen.

Maar ze vertrouwden het niet helemaal. Misschien zouden ze daar namelijk achtergelaten worden. Dus lieten ze een spoor achter van lunchpakketjes. Toen ze wel erg lang wegbleven, gingen we ze maar achterna, om ze te zoeken. Het spoor van de lunchpakketjes was soms wat lastig te volgen, maar het is ons gelukt om Hans en Grietje te vinden. Alleen waren we zo onhandig om alle lunchpakketjes mee te nemen…

Toen waren we, samen met Hans en Grietje, verdwaald in het bos. Nu hadden Hans en Grietje ook een heks gezien in de buurt. En die heks had vast hele boze plannen. Maar zij had zich verstopt toen wij met zijn allen eraan kwamen. Laten we 1 probleem tegelijk aanpakken, en beginnen met het zoeken en oppakken van de heks. Want gemene mensen die onschuldige kinderen op willen eten, moeten we niks van hebben. Daarna gingen we op zoek naar de weg terug.

Nu hebben we Hans en Grietje, en een heks die op de brandstapel moet, maar we missen nog twee belangrijke dingen: Een snoep-huisje, en een brandstapel. Daar moet werk van gemaakt worden! We begonnen met het maken van mooie snoep-huisjes van marshmellows en sate-prikkers. En daarna gingen we hout sprokkelen voor het vuur.

In de avond hebben we de heks verbrand, marshmellows geroosterd, en geluisterd naar een sprookje dat we met zijn allen geschreven hebben. Zoals alle sprookjes, had ook dit kamp een goed einde.